Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2015  Annemarie Enters

Dengue - Annemarie Enters

Josine keek op haar tenen boven de mensenmassa uit naar de passagiers die door de douane kwamen. Geen Jan-Willem. Geďrriteerd keek ze op haar horloge, pakte haar Smartphone en zag geen WhatsApp’ je. Snel flanste ze een bericht in elkaar. Het bericht was zo verstuurd, maar werd niet gelezen. De laatste passagiers liepen door de automatische schuifdeuren. Een ongeschoren man liep haastig met een zware koffer haar richting uit en botste hard tegen haar aan.
‘Uilskuiken,’ siste ze en wreef op haar pijnlijke dijbeen.
‘Sorry. Je vriendje komt niet, je kunt met mij meerijden.’
Ze stak haar tong uit en brieste: ‘Dat had je gedacht.’
‘Josine, opschieten. Het is een zaak van leven of dood.’
‘Kom nou…’
‘Ga dan maar lopen. Jan Willem heeft dringend jouw vaccin nodig.’
Ze keek de man met open mond aan, bestudeerde zijn gezicht en schrok.
‘Oh, nee, dan ben jij... bent u professor Xavier Verhulst.’
‘Dat heb je goed gezien.’
Ze haalde diep adem en sloot haar ogen. Ze schaamde zich enorm en staarde naar haar schoenen.’
‘Kom, het uilskuiken beveelt dat je nu instapt.’
Ze draaide zich om en zag een minuscuul lachje rond zijn lippen.
‘Het spijt me verschrikkelijk.’
‘Jan Willem komt voorlopig niet. Hij is geveld met Dengue.’
‘Wat?’
‘Ja, je hebt het heus wel gehoord. Vooruit, zijn bloed moet zo snel mogelijk onderzocht worden.’
Ze knikte naar Xavier Verhulst, de man die zelf nooit auto reed, hoge piet bij de CDC (Center for Desease Control and Prevention) in Atlanta, geniaal op het gebied van tropische ziekten.
Hij reisde daarvoor over de hele wereld.
Puur pech dat haar briljante assistent Jan Willem nu juist door die stomme tijger mug was gestoken…
Met schaamrood op haar kaken liep ze achter de professor aan. Zijn chauffeur deed het achterportier al voor haar open en bekommerde zich om de grote koffer. Xavier stapte voorin en gaf chauffeur opdracht eerst naar zijn huis te rijden. Hij draaide zich om en toonde haar een foto waarop ze verstrengeld met Jan Willem in badpak stond afgebeeld. Dat Jan Willem die foto uit Hawaď nog had… Logisch dat Xavier haar herkend had.
Het brandde op haar lippen om te vragen hoe het met Jan Willem ging, maar Xavier straalde iets uit dat hij niet gestoord wilde worden.
De auto stopte voor een laag flatgebouw. De chauffeur pakte de koffer al uit de achterklep en volgde Xavier die meer rende dan liep.
Hij keek achterom en gebaarde dat ze mee moest komen.
Vlug stapte ze uit en hoorde hem tot haar verbazing roepen: ‘Je kunt je nuttig maken en mijn koffer uitpakken.’
Knarsetandend volgde ze de lange blonde reus. Binnen liep Xavier haar bijna omver toen hij zijn shirt uittrok. In blote bast morrelde hij aan het cijferslot en mompelde: ‘De bloedmonsters zitten tussen mijn vuile kleren. Voorzichtig hoor.’
Strikt verboden om dergelijke monsters in een vliegtuig mee te nemen wist ze.
Vanuit de badkamer riep hij: ‘Doe alles in de wasmachine, 60 graden. In het lab zit ik niet te wachten op de vuiligheid die in mijn kleren zit.’
Tandenknarsend pakte ze de spullen uit. Voorzichtig bekeek ze de aluminium doos en zette deze op een tafel.
‘Waar is die wasmachine?’
‘In de badkamer. Controleer mijn zakken even ja?’
Ze perste haar lippen op elkaar, doorzocht de vuile kleren en viste een Rolex met inscriptie uit een van zijn broekzakken. Zo te zien een cadeau van zijn half Amerikaanse ouders.
Ze pakte zijn overhemd van de grond en liep met de vuile spullen op het geluid in de badkamer af.
Xavier stapte net naakt en zonder baard onder de douche. Met het pak wasmiddel in haar hand zag ze plukken haar en resten scheerschuim in de wasbak. Ze zette de machine aan en maakte de wasbak automatisch schoon, terwijl ze bij zichzelf voor gek verklaarde, maar hygiëne zat er door haar beroep nu eenmaal in.
‘Hé Josine, geef eens een handdoek,’ riep hij.
Met een handdoek liep ze naar de douche. Geen onsje vet teveel. Hij leek eerder een sportsman dan een wetenschapper. Ze staarde naar zijn mooie gebruinde lijf.
‘Nooit een naakte vent gezien? Dat valt me van je tegen,’ bromde hij en staarde haar met zijn blauwe ogen aan. Josine sloeg haar ogen neer.
‘Draait het zaakje?’
Ze knikte en zag hem naar de wasbak kijken en goedkeurend knikken. Hij pakte een klaarliggend lichtblauw overhemd, schoot een boxershort aan en greep een beige broek.
Gulp dicht, loafers aan, een kam door zijn natte haar, waarna hij dit tot een staartje draaide en met een elastiekje vastbond.
‘Opgeschoten?’
‘Eh.. ja Professor.’
‘Je weet toch dat ik Xavier heet. Geen onzin. Er moet gewerkt worden en hard ook. De mensen sterven daar als vliegen.’
Hij pakte de aluminium doos, opende deze even en knikte opgelucht en mompelde: ‘Op naar het lab.’
Hij brulde: ‘Fabrice, klaar om te vertrekken.’
Fabrice kwam uit de keuken en vouwde een krantje dicht.
In looppas naar de auto en weg stoven ze.

‘Als de donder dit bloed in de centrifuge.’
Ze knikte.
‘Zing was erg onder de indruk van je vaccin.’
‘Het is nog niet getest.’
‘We proberen het gewoon.’
‘Maar…’
‘Wil je dat Jan Willem dood gaat?’
‘Nee, natuurlijk niet, maar de bijverschijnselen…’
‘Niet zaniken. Een fractie van je vaccin bij zijn bloed en dan bekijken we dat met de elektronenmicroscoop.
Josine deed haar masker voor en trok handschoenen aan. Voorzichtig pakte ze het reageerbuisje met het bloed van Jan Willem en zette dat in de centrifuge. Ze sloot de centrifuge met de veiligheidsklep en zette het apparaat aan. Al gauw spoog de computer het resultaat uit.
Ze gaf het strookje aan Xavier die het nauwkeurig bekeek.
‘Hadden ze geen centrifuge in Costa Rica?’
‘Jawel, maar dan kan ik dit niet verder onderzoeken.’
‘In mijn laatste publicatie over vaccin…’
Hij liet haar niet uitspreken maar pakte de uitdraai al en scheurde het papier van de rol. Ze boog zich naar hem toe om de uitslag te bekijken.
‘Jezus,’ hoorde ze hem sissen toen ze de bloedbezinking had gezien.
Ze trok wit weg. Zonder vaccin zou Jan-Willem het niet overleven.
‘Wat heb je uitgedokterd,’ begon hij en trommelde met zijn vingers op het bureaublad.
Ze deed de kluis open en toonde hem de formule.
Xavier bromde goedkeurend.
‘We moesten het maar eens proberen.’
‘Maar… het octrooi…’
‘Het gaat nu om een mensenleven.’
Koel keek hij haar aan.
‘Natuurlijk, maar het is nog niet getest.’
‘Kan me geen reet schelen.’
Xavier begon al te bellen. Met zijn smartphone maakte hij een foto van haar formule en stuurde dit door naar Costa Rica.’
Hij streek met zijn hand over zijn gladde kin. Zijn ogen leken nu donkere poelen. Ze kon hem niet peilen. Het ene moment leek hij met haar te flirten om haar even later als een stuk vuil te behandelen. Natuurlijk stond hij onder grote druk. De hele wereld keek over zijn schouder en verwachtte van hem een oplossing. Dat gedonder met het vaccin voor het Ebola virus, dat Amerika niet uit mocht had hem des duivels gemaakt. Nu trok hij zich niets van de regels aan. Zij kon nu naar haar octrooi fluiten en als Jan Willem het niet zou overleven...
Ze zette haar computer aan en drukte de laatste gegevens van de bloedtesten uit.
‘Hier Xavier, dit heb ik vanmorgen onderzocht.’
Hij nam het al lezend aan en toen zijn hand die van haar raakte, voelde ze een elektrische schok. Onwillekeurig zag ze dat perfecte naakte lijf weer voor zich.
‘Hm, niet slecht,’ bromde hij.
‘Kan ik iets te eten of drinken voor je halen?’
‘Goed idee, haal maar wat uit de kantine. Liefst een sterke espresso erbij en niet van dat bocht.’
Ze haastte zich en liep in de gang doctor Zing tegen het lijf.
‘Is de grote man al gearriveerd?’
Ze knikte en wees naar het lab.
De Chinese geleerde liep het vertrek in.
Met een vol blad, probeerde ze de deur open te maken. Net kwam Zing de deur uit en het blad viel kletterend op de grond.
‘Oh, sorry,’ zei de kleine man en liep al weer met een stapel papieren verder.
Ze gromde. Wat moest Xavier wel niet van haar denken. Normaal gebeurde haar dergelijke stomme dingen nooit.
Ze docht in de wc naar papieren handdoekjes en veegde de boel schoon, vulde het blad met de scherven en rende terug naar de kantine.
‘Zo, liet je de boel kletteren?’ vroeg Xavier. Hij pakte de kop met de dubbele espresso en bromde goedkeurend, terwijl hij haar rapport doorlas.
Ze waste haar handen, trok nieuwe handschoenen aan, pakte een dunne steriele glazen buisje en zoog een fractie van het vaccin op. Op een glazenplaatje liet ze een druppel bloed vallen en vermengde dit met het vaccin. Met een plaatje erop en het preparaat was klaar voor de microscoop.
Vol afwachting bekeek ze het bloedbeeld. Het leek wel een gevecht.
‘Wow,’ ontsnapte haar.
Xavier pakte haar bij haar schouders en sleurde haar van de microscoop. Hij verstelde de lens en begon te mompelen.
‘Als de sodemieter...’
Ze keek hem vragend aan.
‘We gaan meteen.’
Hij schoof de stoel achteruit en struikelde bijna over haar, precies op de plek waar hij haar met de koffer had geraakt.
‘Verdorie,’ riep ze, maar hij merkte het niet.
‘Heb jij je paspoort bij je?’
‘Ja hoor.’ Boos graaide ze in haar tas en hield het rode boekje omhoog.
Hij belde en even later hoorde ze de heli al landen.
De helikopter bracht hen naar Schiphol.
Er stond al een speciaal team klaar om hen door de douane te leiden.
Josine hield de gekoelde container met het vaccin stevig vast toen het regeringsvliegtuig opsteeg.
‘Ik heb geen kleren bij me.’
‘Heb je niet nodig. Je krijgt daar ziekenhuisspul.’
‘Hoe lang?’
‘Vijf uur als het weer meezit.’
Xavier zette de stoel achterover en viel in slaap.
Zij volgde zijn voorbeeld.
Ze schrok wakker toen hij tegen haar aanrolde. Voorzichtig keek ze op haar horloge. Nog 3 uur. Voorzichtig gaf ze hem een zetje, maar hij rolde verder terug en kwam met zijn hoofd op haar borst terecht. Even dacht ze hem hm lekker zacht horen brommen.
Toen de wielen de grond raakten knipperde hij met zijn ogen keek hij haar verschrikt aan.
‘Ik heb blijkbaar prima kussentjes,’ sprak ze.
Hij grinnikte en zag er meteen een stuk aantrekkelijker uit.
Meteen verstrakte zijn gezicht toen het vliegtuig stil stond. Hij ontgespte de veiligheidsgordel en hees zich omhoog. Met een goedkeurend knikje naar de polystyreen-box met het vaccin, stopte hij zijn overhemd in zijn broek.
Ze hoorde de ambulance al.
‘Vort, opschieten,’ riep hij.
‘Ik ben geen hond. Al ben je professor, manieren heb je niet. Eerst laat je mij de was doen en dan blaf je mij af. Ik sta niet graag op mijn strepen, maar als doctor biochemie verlang ik een andere behandeling.’ Boos draaide ze zich van hem af.
Hij keek verbluft. Ze duwde hem opzij toen de deur van de ambulance open ging. Een ziekenverpleger nam de koelbox aan en sjorde deze veilig in een box met ijs vast.
De rit met gillende sirenes duurde 20 minuten. Xavier keek naar buiten en sprak geen woord.
Voor het ziekenhuis stonden enkele mensen in zachtblauwe katoenen kleding.
‘Waar?...’ begon ze.
Xavier struinde het gebouw in. Ze liep achter hem aan en een broeder volgde met haar vaccin.
Xavier stopte voor een deur, keek haar ernstig aan en duwde de handle naar beneden.
Ze schrok van het uitgemergelde gezicht van Jan Willem.
Achter een scherm kon ze zich in steriele kleding hijsen. Haar eigen kleren en haar tas werden meteen weggezet. Met een masker voor en handschoenen aan bekeek ze de spuiten. Op haar knikken opende de broeder de box. Voorzichtig haalde een arts de container met het vaccin tevoorschijn. Met haar vinger zocht ze een ader en knikte toen ze die gevonden had.
De zenuwen gierden door haar lichaam. Ze had geen idee hoeveel vaccin ze zou moeten toedienen en of dit verdund moest worden. Ze besloot op goed geluk de helft van de gele vloeistof in een spuit op te zuigen. Een heel team artsen stond plotseling rond het bed. Met een armbeweging gebood ze hen afstand te nemen. Het leek bijna een plechtig moment toen ze de naald bij Jan Willem inbracht.
Heel langzaam spoot ze de 0,5 cc in. De naald stak nog in zijn arm toen hij spastische bewegingen begon te maken. Vlug trok ze de naald uit zijn ader en drukte het wondje met haar vinger dicht. Met haar ogen gebaarde ze een pleister, maar Jan Willem bewoog nu zo erg dat ze zijn arm los moest laten.
Hij begon te kreunen en zwaaide met zijn ledematen.
‘IJs, vlug,’ riep ze.
De verplegers kwamen met turquoise zakken ijsblokken aanhollen. Ze zag zijn ogen naar achteren rollen.
‘Vooruit, die tafel met naalden naar achteren,’ riep ze.
Jan Willem zat plotseling rechtop en dreigde het bed uit te vallen.
‘Vasthouden,’ gilde ze.
Acht mensen hadden grote moeite om zijn lichaam op bed te houden.
Jan Willem keek haar plotseling recht aan en schreeuwde: ‘Josine!’
Daarna viel hij achterover. Zijn gezicht leek zich te ontspannen.
Xavier pakte zijn pols en riep: ‘Een wonder!’
Ze keek op haar horloge. De spasmen hadden een half uur geduurd. Bekaf was ze, maar de crisis leek voorbij. Ze viel bijna om. De stevige armen van Xavier vingen haar op.
‘Geniaal,’ mompelde hij.
‘Ik heb razende trek. Waar zijn mijn spullen? Het vaccin ook graag.’
Een van de artsen begon: ‘Geen sprake van mevrouw.’
‘Wat? Dat kunt u niet menen. Xavier doe er wat aan.’
Ook hij kreeg het niet voor elkaar om haar spullen terug te krijgen. De man riep nog: ‘U kunt hiervoor het gevang ingaan.’
‘Dieventuig... wat een eikel,’ zei ze zacht.
Xavier leidde haar gauw het vertrek uit.
‘In deze landen… Kom, laten we maken dat we wegkomen.’
‘Maar Jan Willem?’
‘Maak je geen zorgen, zijn pols voelde bijna normaal.’

In het vliegtuig leunde ze tegen Xavier aan.
‘Is hier niets te eten?’ vroeg ze boos.
Xavier knipte met zijn vingers en smoesde met de stewardess.
‘Je krijgt de maaltijd van het personeel, maar met champagne.’
Voordat ze een glas champagne op had, sliep ze al.

In Amsterdam schrok ze wakker.
‘Mijn octrooi…’
‘Maak je geen zorgen, je bent al beroemd.’
Op het tv scherm zag ze het nieuws. Krantenkoppen in Costa Rica meldden al het super vaccin van Doctor Josine Van Marle. Ze keek naar een foto van Jan Willem die rechtop in bed zat en glimlachte.
Xavier schudde haar arm: ‘Je was zo moe dat je geen hap gegeten hebt. Wat vind je van een etentje?’
‘Met jou?’
Hij keek een beetje verlegen. ‘Ik beloof dat ik mij beter zal gedragen.’
Zo koel mogelijk maar met een twinkeling in haar ogen zei ze: ‘Dat zal wel moeten, want nu ben ik degene die in het spotlight staat.’

Dengue - Annemarie Enters

Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2015  Annemarie Enters