Homepage  Prozawedstrijd  Prozawedstrijd 2008  Hilda Knol  Beoordeling Klappers

Blijven - Hilda Knol

De jongen wilde naar het strand. En wel nu meteen, want buiten scheen de zon en binnen verveelde hij zich. Isabel stopte snel een zwembroek en een emmertje in een plastic tas en ging op weg. Ze huppelde door het park over het zandpad met de grote klimbomen. Hij kletste haar de oren van het hoofd. Dat hij een groot zandkasteel ging bouwen. En schelpen zoeken op het strand en net zo ver de zee in, totdat niemand hem meer kon zien. Onderweg raapte ze een platte witte steen op en ze keilde die over het water van de vijver. Tevreden constateerde ze dat hij twee keer stuiterde. Bij het gietijzeren hek bleef Isabel staan en ze pakte met beide handen de spijlen vast. Terwijl ze de straat overkeek, trok ze een pruillip. De jongen wist niet of hij naar links of rechts moest lopen. En ook niet hoe ver het nog was naar Zandvoort. Isabel rilde van de kou, ze droeg alleen een dun zwart T-shirt. Wel honderd of misschien wel duizend auto's reden ondertussen voorbij. Na een tijdje stopte een grote bus aan de overkant van de straat. De jongen gilde enthousiast in haar hoofd:
'Met de bus, ik reis met de bus naar het strand!'
'En ik wil bij het raampje zitten.'
'Helemaal achterin.'
Isabel opende de poort in het hek en rende de weg over. Eerst in haar rechteroor en meteen daarna ook in haar linkeroor hoorde ze een langgerekte claxon en piepende remmen. Zonder opzij te kijken rende ze door naar de overkant en vluchtte het bushokje in. Met een plof zakte ze neer op het klapstoeltje. De bus verdween net de bocht om. Een mannenstem schreeuwde iets onverstaanbaars.

Isabel drukte een minuut lang haar oren dicht. Toen ze weer opkeek was de auto met de schreeuwende man verdwenen. De zon scheen niet meer, het was nu bewolkt. De eerste vlokjes natte sneeuw van het jaar vielen uit de hemel. Opeens arriveerde de oude dame en die begon meteen te schelden:
'Je had wel dood kunnen zijn!'
'Maar de jongen wilde naar het strand,' sputterde Isabel tegen.
'Naar het strand? Laat me niet lachen. Veel te koud.'
'In Spanje, ja daar is het nu wel warm op het strand.'
De oude dame ging elke winter naar Spanje toe. Dit jaar ook. Ze moest daarvoor nog naar het reisbureau om een reis te boeken. Ook met een bus, maar dan wel met een luxe touringcar. Isabel stond op. Ze liep een beetje krom, haar hand legde ze op haar pijnlijke rug. Met kleine pasjes stak ze via het zebrapad de straat over. Haar bibberende hand hief ze omhoog en zo hield ze de vrachtauto tegen, die er net aankwam. De jongen was in geen velden of wegen meer te bekennen.

Isabel zag dat de wanden van de kamer wit waren. Er stonden een bank en een paar fauteuils. Aan de wand hing een schilderij met de zee en de ondergaande zon. Volgens de oude dame moest dit het reisbureau zijn.
'Wie ben je nu?,' vroeg de jonge vrouw, die achter een bureau zat.
'Wie bent ķ,' corrigeerde Isabel haar pinnig. 'Ik ben de oude dame en ik ga op reis naar Spanje.'
De jonge vrouw glimlachte.
'Vertel eens over die reis?'
Isabel zei dat de oude dame naar Salou wilde. In de winter was dat een vakantieoord voor ouderen. Ze zou daar overwinteren en pas de volgende lente terugkomen. Daar elke dag een stuk wandelen en achter het glas van het overdekte verwarmde terras van het hotel veel boeken lezen. En sherry drinken met de andere Nederlandse dames.

De jonge vrouw keek op haar horloge en zei:
'Je vader komt zo, heb je alles al gepakt voor je kerstvakantie?'
Een uur later zeulde Isabel twee volle weekendtassen de gang op. De oude dame stond erop dat Isabel boeken meenam, maar ook medicijnen, wandelschoenen en een zonnehoed. Zij had gezegd dat de touringcar op het terrein bij de ingang zou stoppen, maar Isabel zag daar alleen maar een grote witte auto staan. Ze zette de twee tassen op de grond en wachtte af wat de oude dame zou zeggen, maar die zweeg opeens als het graf.
'Stap maar in,' zei de man, maar Isabel verzette geen voet.
Ze was helemaal alleen nu, niemand zei haar wat ze moest doen. In haar hoofd hoorde ze een zoemend geluid.
'Kom nu,' drong de man aan. 'We rijden meteen door naar Oostenrijk. Morgen kun je al gaan skiŽn.'
'SkiŽn, skiŽn?'
Isabel herhaalde het woord een paar keer hardop. Opeens was daar de jongen weer en de oude dame en nu ook nog het tienermeisje. Ze schreeuwden allemaal hard door elkaar heen.
'Ik wil naar het strand.'
'Nee, naar Spanje!'
'ZANDVOORT!'
'SPANJE!'

Het hardst van allemaal krijste het tienermeisje.
'IK BLIJF HIER.'
De man was uit de auto gestapt en pakte Isabel stevig bij haar arm. Hij duwde haar met geweld de auto in.
'Nu ophouden!'
Isabel schreeuwde met de hoge hysterische stem van het tienermeisje.
'Ik wil niet mee, ik kan het niet.'
Ze bonkte afwisselend met haar vuisten tegen het raam en tegen haar hoofd.
'Ik moet hier blijven!'
Met haar voeten begon ze tegen het raam en het dashboard te trappen. De man pakte Isabel aan haar haren vast en schreeuwde:
'Afgelopen!'
Even was het stil, maar toen begon Isabel met gierende uithalen te huilen. Met haar nagels krabde ze zich over haar rechter onderarm tot bloedens toe.
'Dit heeft geen zin,' zei toen de man.
Hij verborg even zijn gezicht in zijn handen. Daarna stapte hij resoluut uit.
'Ze trapt me nog de airbag uit de auto,' zei hij tegen de jonge vrouw, die aan was komen rennen.
'Kan Isabel hier niet blijven?'
'Ja, maar alle andere jongeren zijn wel vertrokken.'
'Wat wil jij Isabel?'
'Blijven.'
Isabel en de jonge vrouw keken samen de auto na. De Mercedes met de ski-box wierp een stofwolk op.

'Wie ben je nu?'
'Het tienermeisje.'
'Of ben jij soms zelf het tienermeisje?'
Verontwaardigd schudde Isabel haar hoofd.
'Het tienermeisje is nog maar dertien.'
'Maar waarom wilde zij dan niet op reis?'
'Ik moet van haar hier op de groep blijven.'
De jonge vrouw zuchtte hoorbaar en zei:
'Maar alle anderen zijn vertrokken.'
'Boeien.'
Isabel sloeg haar armen over elkaar, boog haar hoofd en tuurde naar haar zwarte legerschoenen.
'Wat wil je hier dan alleen doen?
Het meisje trok haar schouders op.
'Gewoon.'
'Wat bedoel je?'
'Nou ja, ik heb hier toch mijn schrijfschriften, mijn boeken, de computer, mijn bed, weet ik veel allemaal.'
'Daar in Oostenrijk heb ik niets. Helemaal niets.'

Ze pauzeerde even en rolde onhandig een shagje. Het puntje van haar tong stak naar buiten.
Ze praatte met heftige handgebaren verder over de reis naar Oostenrijk. Haar armbanden en haar halskettingen rinkelden daarbij. Dat ze geen zin had om zo lang in de auto te zitten. Ze op skiles moest, maar vast de aller-slechtste van het klasje zou zijn. Niemand van die kakkers daar wilde uitgaan met een Gothic. Ze bovendien geen zin had in die eeuwige ruzies met haar ouders en haar broertjes. Het eten in het hotel lustte ze trouwens ook niet.
Na een monoloog van vijf minuten stopte Isabel. Ze gaapte en rekte zich uit. Met haar mouw veegde ze haar snotterbel weg. Bij het verlaten van de kamer zei ze nog:
'De jongen wil naar bed.'

Blijven © Hilda Knol

Homepage  Prozawedstrijd  Prozawedstrijd 2008  Hilda Knol  Beoordeling Klappers