Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2017  Martijn Suijkerbuijk

Maurits - Martijn Suijkerbuijk

Het leek een dag te zullen worden, als alle andere.
Maurits was tijdig uit bed gegaan en had zich in mijn mooiste overhemd gekleed: wit met blauw ruitjesmotief. Zijn ronde bril hing halverwege zijn stompe, bolle neus, wat er olijk uitzag. Zijn grauwe haren zaten zo goed als het kon over de kale plek, midden op zijn knar.
De dag begon ontspannen, zittend aan de ontbijttafel. Zonder een gesprekspartner tegenover hem, kon hij rustig zijn krant doorlezen. Zijn polsen leunden op het zwarte, hoogpolige tafelkleed, gemaakt van dikke garen, ingetekend met repeterende goudgele bloemblaadjes en golvende takken. Het oppervlakte van het kleed kriebelde hem altijd een beetje, waardoor hij na enige tijd rode vlekken kreeg, waar hij met zijn armen leunde.
U denkt waarschijnlijk, dit lijkt niet een boeiende man te zijn. Helemaal vanwege zijn eenzame bestaan. Schijn kan echter bedrieglijk zijn. Hij had bijvoorbeeld best een gesprekspartner willen hebben, maar was onvoldoende aantrekkelijk in lichamelijke en geestelijke zin, om dat voor elkaar te boksen. Zijn hobby hielp daar verder ook niet aan mee. Zo bezat hij een zilveren windhoorn. Een simpele toeter met een kringel halverwege, waar je best hard in moet blazen om geluid te produceren.
Liefst elke doordeweekse morgen nam hij zijn windhoorn naar het dak, om één á anderhalf uur lang het repertoire van de Amerikaanse poprockband Toto ten gehore te brengen. Daarbij nam hij poses aan die als hevig vulgair beschouwd werden door de lokale bevolking, maar viriliteit is de snelste weg naar het hogere, zo dacht Maurits. Daarnaast was dat precies hoe Toto diens muziek bedoeld had.
Ritmisch en soms schokkend bewoog hij zijn windhoorn waar deze hem leidde. Als het regende, nam hij plaats onder een afdakje, maar zijn taak moest volbracht worden. Buurtbewoners hadden meer dan eens hun beklag gedaan, maar hij bleef volharden, zelfs toen de politie zijn windhoorn in beslag nam en hem verbood te spelen. Uiteindelijk wist hij steeds opnieuw een windhoorn te vinden en stond hij een dag later weer te spelen. Dat ging zover dat iedere vrouw uit het dorp op hem afknapte.
Niet dat zelfs dat het hem ooit zou overtuigen te stoppen. Hij was namelijk al overtuigd van de diepere betekenissen die in de liederen van de band doorsijpelen. Als een mens goed luistert, dan zitten de nummers vol met boodschappen over hoe het leven te leven, deugdelijkheid en het vinden van liefde, zo was zijn geloof. Dat klinkt nu natuurlijk heel normaal, maar dat zorgde toentertijd daadwerkelijk voor gefronste wenkbrauwen, moet u weten.
Afijn, Maurits zat de krant te lezen. De koppen, eigenlijk, de inhoud verafschuwde hij. Daarnaast verrieden koppen vaak de inhoud, dus dan ben je er al. Als er staat dat er twee doden zijn gevallen bij een woningbrand, is het dan nog interessant om de leeftijd van de doden te weten? Of wanneer de brand geblust was? Maurits was daar heel duidelijk in. Hij kon het anderen ook erg kwalijk nemen, als zij telkenmale over details zeverden. Dat vond hij maar interessantdoenerij. Als schrijver sta ik daar veel meer genuanceerd in, maar hij trok zich ook van mij niets aan.
Rustig nipte hij aan zijn kopje koffie, dat nog iets te warm was naar zijn smaak. De damp deed zijn brilglazen beslaan, waarna hij de bril afdeed en deze poetste met een zakdoek, die hij gelukkig alleen maar voor dat doel bij zich droeg. Met zorg likte hij aan zijn wijsvinger en duim, om zo de krant een bladzijde om te slaan, toen er ineens iets gebeurde. Maurits merkte op dat er rumoer ontstond, buiten. Hij keek door zijn lege woonkamer, langs zijn gordijnen en door het raam naar buiten, waar meer en meer mensen met elkaar in gesprek leken en naar links toe liepen. Vanuit Maurits’ huis gezien, is dat naar de rand van het dorp.
Er was duidelijk iets gaande, maar hij kon niet vermoeden wat. Toen hinkte hij op twee gedachten. Eigenlijk wilde hij graag opstaan, om te bekijken waar die tumult om draaide, maar aan de andere kant zat hij aangenaam op zijn stoel en voelde hij de sterke behoefte om te blijven zitten. Hij bedacht zich dat, of hij er nu lang of kort over na zou denken, hij vroeg of laat toch wel op zou staan, dus het beter direct kon doen. Ondanks deze rationele redenatie echter, weigerde zijn lichaam nog even dienst. Dat heeft dan toch nog dat zetje nodig, wat men in de chemie activeringsenergie noemt. Een achtbaankarretje wil dolgraag van de heuvel af racen, maar moet eerst even over de top heen worden geduwd. Toen hij eindelijk de stap genomen had, voegde hij zich bij de groter wordende stoet mensen, die als gezegd naar links voor zijn voordeur langsliepen.
“Wat is er aan de hand?” vroeg hij aan een hem onbekende dorpeling.
Deze negeerde Maurits volledig, zoals de meesten trachtten te doen. Het was duidelijk dat hij zijn positie in het dorp moeilijker had gemaakt met zijn gedragingen. Uiteindelijk vond hij een jong jongetje dat hem te woord wilde staan. “Er is een rode streep gevonden!” diens oogjes glunderden van puur geluk twee sterretjes in Maurits’ richting, totdat deze jongen met een ferme ruk werd weggetrokken, door zijn moeder. Zij keek daarbij streng naar Maurits, met een blik, die aangaf dat ze hem in de gaten hield.
Hij liet zich er gelukkig niet door uit het veld slaan en liep met de menigte mee. Een tiental huizen werd gepasseerd, toen de massa steeds groter werd. Het was dringen om te kunnen zien wat er nu werkelijk gaande was, maar wat er ook gaande was, dit gebeurde op de rand van het dorp en het bos. Met veel moeite wist Maurits zich een weg te banen door de mensen heen. Menigeen keek hem daarbij boos aan, omdat hij in zijn klunzigheid tegen hen aan had gestoten, of aanraakte op plekken waar dat niet mocht. Op het moment dat hij eindelijk kon zien waar het allemaal om draaide werden zijn ogen groter dan zonnen.
“Nee!” riep hij werkelijk waar uitzinnig. Enkelen draaiden zich om in zijn richting, maar de meesten probeerden te doen of hij er niet was.
Er was een grote, dikke, rode streep over de weg getekend, met daarnaast een ‘verboden in te rijden’-bord. Aan de verwarring bij alle mensen te zien, was dit eerder nog niet het geval geweest. Het meest eigenaardige aan de situatie was echter, dat niet te zien was, wat er achter de streep zou zijn. Er was namelijk helemaal niets.
Helaas ben ik als schrijver niet in staat om niets te beschrijven. Ik zou kunnen pogen het uit te beelden op een ma

Stelt u zich alstublieft geen wit voor, want wit is wel iets. Het was ook niet zwart, want zwart is ook iets. Het was simpelweg helemaal niets. Er was niets te zien na de streep.
“Maar hoe zag dat eruit dan?”
Niet! Er was niets te zien. Laat het rusten, geloof mij liefst gewoon.

Het werd Maurits al snel duidelijk dat zijn uitroepen niet tot een effect leidden. Daarentegen stelde hij vast dat er een groepje mensen in debat was, over hoe om te gaan met de streep. Vanuit het midden van de mensenmassa werd ruimte gecreëerd. Er kwam namelijk een belangrijk iemand aan. Als de rode zee, spleet de groep in tweeën en rolde zo de loper uit voor de burgemeester om zich bij de streep te vestigen.
De burgemeester was er een van het mannelijke geslacht in donkere kledij, en droeg een heus ambtsketen, zoals je eigenlijk alleen ziet bij de intocht van Sinterklaas en Koningsdag. Met een bekakte stem sprak hij de menigte toe.
“Het is mij geheel duidelijk,” hij stak zijn vinger hoog in de lucht, “dat er hier sprake is van een rode streep.”
Men knikte overeenstemmend.
“Ik wil u meedelen dat deze streep hier niet in opdracht van ons is neergezet, noch dat dit bord hier hoort te staan. Dit is een doorgaande weg, die gewoon bereden en bewandeld hoort te worden. Het verbaast mij evenzo in zeer grote mate, dat de andere kant van de rode streep in het niets is opgelost. Wij van de gemeente hebben daar zeker geen opdracht toe gegeven en ik heb vanuit de provincie of omliggende gemeenten ook niets gehoord over dergelijke plannen. Ik ben dan ook van plan om deze situatie terug te draaien,” gaf hij kordaat aan.
De menigte knikte weer.
Hierdoor raakte Maurits van de leg. “Nee!” riep hij weer. “Neeeeee!”
De burgemeester keek beledigd in zijn richting. Welke brutale vlegel durfde zo tegen hem tekeer te gaan!? Met een handgebaar gaf hij aan dat Maurits daar niets te zoeken had en hervatte hij zijn preek.
“Allereerst is het van wezenlijk belang om te testen of de streep gepasseerd kan worden. Daarvoor zal mijn secretaresse zich vrijwillig aanbieden,” gaf de burgemeester aan.
Maurits op zijn beurt rende in paniek terug naar zijn huis, tranen ontsprongen in zijn ooghoeken. Hij moest en zou voorkomen dat iemand de streep overging. Sommigen keken hem verbouwereerd na.
Met twee handen pakte de burgemeester ondertussen zijn secretaresse bij haar schouders, en duwde haar met flink wat kracht over de streep. Op het moment dat zij deze passeerde, leek ook zij te verdwijnen in het niets. Hoe dat eruit zag kan ik niet beschrijven, het was namelijk niet te zien.
Ineens begon iedereen door elkaar te fluisteren, wat overging in praten, wat overging in schreeuwen, duwen en trekken. De één wist beter dan de ander wat er gaande was en zou de ander laten zien dat hij gelijk had, eventueel door middel van geweld, zoals in iedere goede discussie het geval is.
“Orde, orde!” schreeuwde de wijkagent, die naast de burgemeester was gaan staan.
Dat deed de menigte zwijgen.
“Fijn,” zei de burgemeester, “het experiment heeft niet tot bevredigend resultaat geleid, maar dat is in feite geen ramp,” hij leek niet echt van streek te zijn. Met de menigte werd afgesproken dat nu de wijkagent gebruikt zou worden voor een nieuwe test, maar dat het er hierbij om ging, dat hij en de burgemeester via een touw verbonden zouden zijn. De afspraak werd gemaakt, dat als alles goed was aan de andere kant, de wijkagent eenmaal zou trekken en bij een slechte, of mogelijk zelfs levensbedreigende situatie er tweemaal aan het touw zou worden getrokken, zodat de operatie tijdig kon worden gestaakt.
Met zorg werd het touw om de wijkagent zijn middel heen geknoopt. Het was een dik touw, zo een waarmee je een wedstrijd touwtrekt. De menigte rondom hem en de burgemeester zette als een man een stap naar achter, uit groot respect voor de moed van de wijkagent en de burgervader.
Net op het moment dat de wijkagent zijn stap over de streep wilde zetten, klonk er vanachter de menigte een luid getoeter. Het was Maurits, die met zijn windhoorn een ritme probeerde te spelen. Zijn schoot stootte als de angel van een bij in het rond en zijn rechterhand streelde zelfs soms zijn scrotum. Over zijn broek heen, dat wel. Vertwijfelde blikken keken naar dit vreemde schouwspel.
“Africa?” vroeg een vrouw.
“Rosanna,” dacht de bakker.
“Hold the line!” wist de burgemeester te herkennen, “wat een prachtig chanson, als ik dat mag zeggen.”
Wederom steeg er geroezemoes op in de groep.
“Zou zijn muziek dan werkelijk betekenis hebben?” werd er gevraagd.
“Het geloof van een man, is dat nu waarheid?” vroeg een ander, “kunnen we bewijzen dat het niet zo is?”
“Het is wel heel toevallig dat hij dit altijd al beweerd heeft, misschien...” mompelde weer een ander.
Maar de burgemeester wist het datmaal snel tot bedaren te brengen. “We kunnen ons dorp niet laten beheersen door een religek,” klonk hij ontnuchterend. Hij liet zich niet afleiden door het gebrek aan empirisch bewijs dat zijn theorie de juiste was. Dat zou hij trouwens thans recht gaan zetten. “We zijn een dorp dat gestoeld is op wetenschap en daarop zullen we altijd vertrouwen,” voegde hij toe.
Hij gaf de locoburgemeester de opdracht Maurits zijn windhoorn af te nemen en stelde voor de plannen te voltrekken. Dat afnemen ging echter niet zonder slag of stoot. Als een speenvarken gilde Maurits dat ‘ze van hem af moesten blijven’, maar toen enkele dorpelingen de locoburgemeester, die inmiddels onder de zandvlekken en spuug zat, bijvielen, lukte het uiteindelijk toch.
“Goed,” zei de burgemeester en hij knikte naar de wijkagent.
Deze sprong als een duiker van een boot over de streep, waarna het touw langzaam steeds strakker ging staan, er een ruk volgde aan de kant van de burgemeester, die zich net aan staande wist te houden, en daarna werd het touw volledig slap. Een aantal tellen heerste de stilte.
“Aha!” weer ging de vinger van de burgemeester de lucht in. “De proef is een succes! Ik voelde slechts één enkele ruk, dus wat er ook aan de andere kant is, het is goed,” zei hij.
De menigte knikte tevreden, gelukkig was het probleem eindelijk opgelost. Alleen Maurits bleef schreeuwen dat Toto heel duidelijk was in hoe ze met de situatie om moesten gaan, maar dat was aan dovemans oren bestemd. Een voor een stapten de mensen over de streep, om te verdwijnen in het niets. Toen uiteindelijk de laatste personen de stap hadden gezet, besefte Maurits dat hij helemaal alleen was.
Daar sloeg de onzekerheid toe. Voorzichtig naderde hij de streep. Nieuwsgierig rook hij, of er iets te ontdekken was. Hij bewoog zelfs even zijn hand naar het niets, waarna hij deze vol van schuldgevoel gauw weer terugtrok.
Nee. Hij wist één ding zeker, hij zou aan deze kant blijven. Zo had Toto het gewild, zo was het gezongen. Dan was hij maar de enige.

Maurits - Martijn Suijkerbuijk

Homepage  Schrijversweb  Schrijversweb 2017  Martijn Suijkerbuijk