Homepage  Prozawedstrijd  Prozawedstrijd 2004  Joost Nillissen  Beoordeling BSN

Beoordeling De anjers bloeien - Joost Nillisen door BSN

In de eerste alinea’s van dit verhaal is een verteller nog op zoek naar zijn personage: Petrus Antonius legde het oude dienstpistool... Petrus Antonius is een lange, moegestreden man van 51 ... Petrus Antonius had koffie gezet... De wisseling van de tijden alleen al maakt hier duidelijk dat de auteur nog niet goed weet hoe hij zijn held voor ons moet neerzetten, een aarzeling die op de drie volgende pagina’s grotendeels verdwenen is. Aangezien daar de handeling in het ‘heden’ in de tegenwoordige tijd gezet wordt, is er geen reden omdat niet ook in de eerste regel te doen. Het ‘zoekerige’ zit ook in de stijl om de situatie sterk beeldend te schetsen worden er wel wat veel als-vergelijkingen achter elkaar gezet: als ongedierte in de fruitschaal, alsof het een mutatie betrof, als een lappenpop, als olie uit een lekgeslagen vat. Stuk voor stuk zijn de vergelijkingen heel effectief hier wordt wel degelijk mooi ‘beeldend’ geschreven.

Het schrappen van één vergelijking en het wijzigen van een paar werkwoordsvormen zijn simpele ingrepen, maar wat met deze kleine manco’s getoond wordt is een meer fundamentele onzekerheid. Deze: moet er verteld worden vanuit Petrus (‘personaal vertellen’), die het anjerveld ziet en later even een blik in het hiernamaals kan werpen, of moet er verteld worden over Petrus (‘auctoriaal vertellen’) , in een zin als P.A. is een lange (...) man van 51. Na de eerste bladzijde lijkt de auteur gekozen te hebben voor het personale perspectief: hij registreert alleen wat Petrus waarneemt en wat hij daarbij denkt. Dat is m.i. de juiste keuze en Nillissen doet het uitstekend, met heel indringende observaties van zijn hoofdpersoon. Zelfs de waarneming van het hiernamaals, dat kleurloos en richtingloos blijkt te zijn en dus ondanks alle tegenslag niet verkozen wordt boven de bloeiende anjers, komt indringend over. Daarin zit de kwaliteit van het verhaal en natuurlijk in het raffinement van de manier waarop de lezer geďnformeerd wordt: het schoonmaken van het pistool, de brieven die hij niet hoeft te lezen, het wandelen, met de hond als alibi, langs de spoorbaan, het kopen van het staatslot. Veel suggestie, veel spanning.

Maar de onzekerheid van het begin is toch niet helemaal verdwenen in de laatste pagina’s. Het lijkt wel of de auteur er een beetje bang voor was dat wij lezers de omvang van het drama niet ten volle zouden beseffen en daarom wordt het expliciet verwoord, in Dit lijkt tegenstrijdig met het destructieve karakter van het plan (etc, blz 3), en in het toespraakje dat Petrus richt tegen zijn moeder: De kinderen zijn de deur uit, moeder ... Ik ben eenenvijftig jaar oud, moeder, en ik mis je zo... etc. Als hij, voorafgaand aan het beklimmen van die boom, naar het graf van zijn moeder gaat en daar alleen waarneemt, wordt alles wat hij tegen de moeder zegt, prachtig gesuggereerd en van suggestie moet literatuur het nu eenmaal hebben. In de huidige versie wordt zowel geëxpliciteerd wat het probleem is en wat het personage meent daaraan te moeten doen, zodat de lezer bijna niets meer zelf kan invullen.

In dit verband zou ik Joost Nillissen ook willen voorstellen om de laatste zin te schrappen dat zijn vingers spelen met het lot is immers voldoende. Dat papiertje krijgt dan een sterke lading, de lezer kan daar een heleboel bij denken, en de nieuwe slotzin is een perfecte afronding van het verhaalmotief ‘lot’. Dat Petrus ‘aan iets anders denkt’, is volgens deze redacteur minder relevant natuurlijk gaat het hier niet in de eerste plaats om het winnen van die loterij.

Hoe sterk het gevoel van de auteur is voor de essentie van wat hij vertelt, blijkt wel uit de titel: alleen De anjers bloeien kan de titel van dit mooie verhaal zijn.

 

Mei 2004, Hans ter Mors

Beoordeling De anjers bloeien - Joost Nillisen door BSN

Homepage  Prozawedstrijd  Prozawedstrijd 2004  Joost Nilliissen  Beoordeling BSN