Homepage  Poëziewedstrijd  Poëziewedstrijd 2007  Mady Lengkeek  Beoordeling BSN

Beoordeling Gedichten - Mady Lengkeek door BSN

In Stille rondgang wordt een relatieconflict, om het maar eens droogjes te zeggen, gevangen in een beeld van straten en pleinen. Een echte metafoor is het niet, want het beeld wordt in de eerste strofe wel verbonden met wat er eigenlijk wordt bedoeld: straten van niet gezegde woorden, pleinen van het zachte zwijgen, stegen van het niet begrijpen. Het is aan elke lezer afzonderlijk om te beoordelen of dat goed uitpakt of niet: het gedicht wordt er zeker toegankelijker door, maar tegelijk ook wat triviaal. De dichteres demonstreert openlijk haar woordenspel: kijk, lezer, ik heb het eigenlijk over ‘niet meer met elkaar praten’ en ik doe dat door een plaatje te schetsen van een stad waarin ‘we’ dwalen.

De kwaliteit van het gedicht is dat het beeld consequent wordt volgehouden, tot en met het afdalen van die trappen, zodat het in ieder geval voor déze lezer wel intrigerend en overtuigend is. Maar wat deze tekst echt tot poëzie maakt, is het onopvallende maar heel effectieve gebruik van klank en metrum: weidse pleinen, zachte zwijgen, trage grachten en het doorbreken van de vloeiende melodie met ‘een brug te slaan’ en ‘daalden we de trappen af’. Hiervan kan gezegd worden dat ‘vorm en inhoud één zijn’ en daardoor wordt de tekst taalmuziek – precies wat poëzie moet zijn.

Dat geldt ook wel voor deze dag een gedicht, met de mooie vondst om van ‘gedicht’ een rijmwoord te maken. Weer onopvallend, weer subtiel en dus effectief. Het taalspel wordt heel geconcentreerd gespeeld, wat ervoor zorgt dat de tekst bij herlezen aan betekenis wint. Althans tot op zekere hoogte: meer nog dan bij stille rondgang is het triviale van de observaties wel een inhoudelijke beperking. Deze dag is natuurlijk helemaal geen ‘hermetisch gedicht’ want ‘in klaarspiegelend water’ zien wij toch ‘een bescheiden zonnedebuut’ en het fluitekruid gaat ervan gloeien. Het heeft geregend maar nu komt het zonnetje door, zonder dat dat met de stemming van de ik iets bijzonders lijkt te doen. De observator, de ‘lyrische ik’, beleeft hier niet zo veel en de tekst krijgt daardoor weinig intensiteit.

Maar ook deze tekst heeft meer van een gedicht dan Fleur en stormachtige liefde. Daar komt het woordenspel naar mijn gevoel onvoldoende tot leven. Het begin van Fleur is eigenlijk een prozaďsche mededeling, gewoon een zin, die het aanzien van poëzie heeft gekregen door die in mootjes te hakken. En dat zit ook in de tweede strofe: er groeit een bloem (...) die in de zomer pas tot eigen bloei zal komen. Hier staat wat er staat en meer staat er niet. Met ‘groeien in haar schoot’, ‘in de knop’ en ‘het nieuwe leven’ betreden we het terrein van de vlakke clichés, en op dat terrein moeten dichters niet gaan dwalen. Stormachtige liefde wordt erdoor gekenmerkt dat veel explicieter dan in stille rondgang wordt meegedeeld wat er bedoeld wordt (ik heb je lief maar soms kan ik je haten) en wat het beeld is (onweer, storm) zodat er voor de lezer niets te raden overblijft. Het gedicht eindigt ook tamelijk clichématig: want ik ben ik en jij bent jij en dat zal altijd wel zo blijven. Tja. Het niveau van stille rondgang haalt de tekst niet, in geen enkele regel.

Als de volgorde van deze gedichten niet geheel willekeurig is, en als rondgang en deze dag later geschreven zijn, dan zijn wij dus getuige van een groeiend dichterschap.

 

Juni 2007, Hans ter Mors

Beoordeling Gedichten - Mady Lengkeek door BSN

Homepage  Poëziewedstrijd  Poëziewedstrijd 2007  Mady Lengkeek  Beoordeling BSN