Homepage  Poëziewedstrijd  Poëziewedstrijd 2008  Jos Wintels  Beoordeling Lindenbergh

Beoordeling Gedichten - Jos Wintels door Elma Lindenbergh

Uit de vele poëzie-inzendingen van de maanden oktober/november 2008 werden de gedichten van Jos Wintels uitgeroepen tot de meest verrassende.
De combinatie van ernst en humor, weergegeven in een stijl die op een ongedwongen manier een brede kennis van taalkundige vormen toont, is heel verfrissend.
Omdat het de bedoeling is maximaal 3 gedichten per keer in te zenden, ben ik zo vrij om “De vuilnismannen” (een overigens knap in elkaar gedraaid lied met slechts 2 rijmuitgangen!) niet in deze beoordeling mee te nemen.
Kauwen rond Sint Nicolaastoren (waarom niet de Sint Nicolaastoren?)
In het ritme van de eerste strofe klinken de donkere voetstappen van de begrafenisstoet al door.
In de vierde regel vind ik het woord ‘doodskoppen’ net iets teveel van het goede: teveel alliteratie en teveel dood. In regel 5 worden immers de ‘doodsklokken’ genoemd, hetgeen de ‘doodskoppen’ overbodig maakt. Weet je er een ander, passender woord voor in de plaats?
In strofe 2 is het beeld van de dichtslaande wijzers als een klappende schaar erg mooi gekozen. Het is bijna te horen!
Achter regel 6 hoort een streepje waarmee het woordje ‘zij’ in regel 7 dan overbodig wordt.
Wil je met regel 7 (een voor een) ook de tijd aanduiden?
De tweede regel mag dan wel netjes op de eerste rijmen, mooi is het hier niet. Het doet denken aan ‘rijmdwang’ en is een tč eenvoudige uitgang voor een gedicht van dit kaliber.
Van de ‘rouwkrans’ in strofe 2 naar het’rafelig rouwlint’ in strofe 3 is een treffende metafoor waaraan verschillende betekenissen kunnen worden ontleend.
Het streepje achter ‘de winterhemel’ in de laatste strofe zou ik weglaten om de zin mooi door te laten lopen naar het (dan wčl weer) verrassende rijm aan het eind.
Een sfeervol gedicht om meerdere malen te lezen.
Bij het lezen van Parkeergarage gaat mijn hart bonzen.
Ik ervaar de spanning die ook mij altijd bekruipt zodra ik, alleen noodgedwongen, zo’n muffe, grauwe bunker binnenrijd.
Het hele gedicht is doorweven met prachtige alliteraties, o.a. stapelstallen
                                                 blinde bunkerwanden
                                                 betonnen bochten
                                                 tufs en turbo’s
                                                 stalen stoet
                                                 stoere stadse
                             met als hoogtepunt ‘bewuster van mijn rusteloos bestaan’.
Het ritme getuigt van een goed muzikaal gevoel, de woorden en beelden zijn origineel en verrassend. Iedere klank heeft zijn eigen onmisbare betekenis. Niets is te veel en niets is te weinig.
Toch nog wat kleine aanmerkingen.
De tweede strofe zou ik met een kleine letter laten beginnen. Dat benadrukt het mooie enjambement van strofe 1 in strofe 2.
Daar tegenover lijkt het me beter om de laatste strofe met een hoofdletter te beginnen. Die terzine staat echt op zichzelf en is in de vragende vorm geschreven, hetgeen dan ook om een vraagteken als afsluiting vraagt.
Kortom: een heerlijk klassiek sonnet over een naargeestig hedendaags instituut!
Een contradictio in terminis?
Is het derde (titelloze) gedicht Geen sonnet om van te smullen?
Juist wčl! En wat een geluk dat het niet in de (in regel 14 genoemde) papierversnipperaar terechtgekomen is.
In 14 regels (2 kwatrijnen en 2 terzinen) wordt een zogenaamd waardeloos vers geschreven.
Maar als het papier werkelijk zou gaan krullen, is dat van puur plezier om deze fraaie persiflage.
Waar bij het vorige gedicht de regels van het ‘taalkundig volmaakte’ sonnet overtreden worden door in het tweede kwatrijn andere rijmuitgangen dan in het eerste te hanteren, is hier heel correct gebruik gemaakt van een toegestane abba-baab-variant op het oorspronkelijke abba-abba.
Nog even wat opmerkingen naast al deze lof.
In strofe 2 zijn de eerste 2 woorden in een onlogische volgorde gezet wegens het ritme. Jammer! Ik zou het hier ‘ritmedwang’ durven noemen. Zie je een andere mogelijkheid waarmee je het ritme evenmin geweld aandoet?
In regel 1 van strofe 4 spreek je van ‘verzen’ waar je ‘regels’ bedoelt.
En ten slotte een vraag: wat is de werkelijke bedoeling van de streepjes die je af en toe gebruikt? Ik vind ze wat onduidelijk.
Samenvattend
Ik vind je een zeer terechte winnaar met veel kennis van wat er wel en wat er niet toe doet.
Je sfeertekening is doeltreffend en je woordkeus uitermate verrassend.
Daarnaast heb ik veel waardering voor je durf om in ware sonnetten (tweede en derde gedicht) ‘ogenschijnlijk onbelangrijke’ onderwerpen een perfecte plaats te geven.
Blijf schrijven en laat je vooral niet hinderen door ‘enig zelfrespect’!!!!!!!!!!!!!!!
Er hangt belofte in de poëzie-lucht.



Februari 2009, Elma Lindenbergh-van Wuijckhuijse

Beoordeling Gedichten - Jos Wintels door Elma Lindenbergh

Homepage  Poëziewedstrijd  Poëziewedstrijd 2008  Jos Wintels  Beoordeling Lindenbergh